Arbeidsmarktregio’s werken beter samen om mensen met psychische kwetsbaarheid aan het werk te helpen

Arbeidsmarktregio’s werken steeds beter samen om mensen met een psychische kwetsbaarheid aan het werk te helpen. En dat zelfs ondanks corona. Dat blijkt uit onderzoek door ZINZIZ in 31 regio’s die werken aan het versterken van de samenwerking tussen GGZ en Werk & Inkomen.

 

De afgelopen drie jaar hebben 31 arbeidsmarktregio’s met financiële ondersteuning van de ministeries SZW en VWS gewerkt aan het vergroten van de (arbeids)participatie van mensen  met een psychische kwetsbaarheid. Met als speerpunt: betere samenwerking tussen GGZ, UWV en gemeenten. Uit het onderzoek blijkt dat de regionale samenwerkingen naar een steeds hoger niveau gaan. Hoewel er grote regionale verschillen zijn, zijn er in alle regio’s veel stappen gemaakt. Aan de start (2017) gaven veel regio’s aan dat GGZ en W&I elkaar slechts beperkt kenden en sporadisch contact hadden. Eind 2020 is dit beeld heel anders: alle regio’s overleggen regulier met elkaar, bijna de helft van de regio’s werkt op operationeel niveau samen, tien regio’s maken stappen in het formuleren van gezamenlijk beleid of hebben gezamenlijk beleid geformuleerd en twee regio’s geven aan dat zij kwantitatieve doelen opgesteld hebben, gericht op de arbeidsparticipatie van cliënten met psychische kwetsbaarheden, en dat zij systematisch meten of de beoogde resultaten behaald worden.

 

Corona heeft behoorlijk impact, maar biedt ook kansen

De gevolgen van corona(maatregelen) hebben ook hun uitwerking gehad op de samenwerking. De uitdaging waren divers: van het overschakelen op verminderde arbeidsmarktkansen van cliënten, vertragingen in prioriteiten (naar bijvoorbeeld Tozo en NOW-regelingen) en besluitvorming en geannuleerde leer- en kennisbijeenkomsten. Toch heeft dit in geen van de regio’s geleid tot een daling in het samenwerkingsniveau. In 17 regio’s is dit niveau zelfs gestegen. Enkele regio’s zien dan ook kansen en grijpen de omstandigheden aan om de samenwerking verder te verstevigen, bijvoorbeeld door de meerwaarde van een goede samenwerking te onderstrepen en te benadrukken dat er juist gezamenlijke winst wordt geboekt (ook in werklast) door elkaars expertise te benutten.

 

Cliënten merken ook steeds meer van de samenwerking

In de regio’s zijn verschillende vormen van dienstverlening ingezet. In 14 regio’s is IPS voor cliënten met ernstige psychische aandoeningen (EPA) ingezet, in 4 regio’s (ook) IPS voor cliënten met milde aandoeningen en in 2 regio’s (een variant van) Werk als beste Zorg. Daarnaast werden aanpakken zoals ‘Meer grip op Werk’, ‘Krachtwerk-trajecten’ en intensieve (job)coaching, matchingsbijeenkomsten en een zogenoemde ‘benefits counselor’ ingezet. Ook hebben de regio’s via allerlei activiteiten ingezet op het verbeteren van de bestaande dienstverlening, met als meest voorkomende de casuïstiekbesprekingen. Op basis van kwalitatieve en anekdotische monitoring komt een verscheidenheid aan (mogelijke) effecten naar voren, zoals:

  • Projectmatige resultaten, bijvoorbeeld het beter bereiken van de doelgroep, meer maatwerk voor de doelgroep, een beter zicht op de problematiek van cliënten en een gezamenlijk aanspreekpunt voor cliënten
  • Succesvolle trajecten waarbij cliënten naar werk zijn toegeleid of een andere vorm van participatie, en dus een grotere kans op betaald werk voor de cliënten en een daling van de zorgconsumptie.

 

Borging en inbedding blijft aandachtspunt

Na de eerste twee jaar van bouwen aan de samenwerking, hebben de regio’s zich het afgelopen jaar gericht op de borging en inbedding van de samenwerking. Dit blijft voor de meeste regio’s een uitdaging. We zien dat drie regio’s de borging en inbedding zodanig hebben gerealiseerd dat er een grote kans is dat de samenwerking in deze regio’s ook zonder de ministeriële financiële impuls vanuit voortgezet en zelfs uitgebreid zal worden. Hier zien we dat vooral een sterke inbedding binnen de verschillende organisaties, een breed gedragen commitment op alle niveaus (uitvoerend, management-, directie- en bestuursniveau) en een goede (intentie tot) regionale financiële borging bijdragen aan een sterke borging en inbedding.

Bij meer dan de helft (19) van de regio’s is er echter sprake van meerdere kwetsbaarheden. Sommige van deze regio’s zullen naar verwachting de samenwerking continueren en verder versterken. Maar in deze groep is er ook een grotere onzekerheid of de samenwerking zonder subsidie vanuit de ministeries voortgezet zal worden en soms zelfs een reële kans dat de samenwerking op termijn niet wordt voortgezet. Bij acht regio’s is het beeld op dit moment zelfs dat de samenwerking een groot risico loopt om ‘op te drogen’ zonder externe impuls.

 

Over het onderzoek

Om de samenwerking tussen GGZ en Werk & Inkomen binnen arbeidsmarktregio’s een extra impuls te geven, heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in 2017 een financiële impuls beschikbaar gesteld. Doel van de ze stimuleringsregeling is de kwaliteit van de ondersteuning van mensen met psychische aandoeningen duurzaam verhogen met als aandachtspunten:

  • Het combineren van klachtenreductie en optimale arbeidsparticipatie
  • Samenwerking tussen de domeinen GGZ en Werk & Inkomen structureel in de werkprocessen opnemen.

Gemeenten, UWV en GGZ-instellingen in 31 arbeidsmarktregio’s sloegen de handen ineen en ontwikkelden een plan van aanpak om in hun regio de samenwerking invulling te geven. Gedurende de eerste impulsperiode van twee jaar werd duidelijk dat er aanvullende aandacht nodig was voor de borging en inbedding van de samenwerking. Het ministerie van SZW en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben vervolgens voor nog één jaar aanvullende gelden vrijgemaakt. ZINZIZ voerde in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek uit naar landelijke trends en patronen in de samenwerking en de borging en inbedding van de samenwerking in deze 31 regio’s.

 

Vragen over het onderzoek of de rapportage?

Neem dan gerust contact op met de projectleider van het onderzoek, dr. F.T.C. (Femke) Bennenbroek (085 – 303 5995, of femke@zinziz.nl).